CPB voorspelt krapte op de arbeidsmarkt
Volgens het gisteren verschenen Centraal Economisch Plan 2011 van het Centraal Planbureau (CPB) begint de arbeidsmarkt weer krap te worden. Volgens de internationale definitie neemt de werkloosheid naar verwachting af van gemiddeld 4,5% van de beroepsbevolking in 2010 tot 4% (355.000 personen) in 2012. Met de koopkracht loopt het minder rooskleurig af. De koopkracht neemt dit jaar en volgend jaar naar de CPB-verwachting af met ¾%. Doordat deze ook in 2010 al was afgenomen, is er voor het eerst sinds de jaren tachtig sprake van drie jaren op rij met een koopkrachtdaling.
Met ingang van dit jaar is het CPB bij het beschrijven van de arbeidsmarkt overgegaan op de internationale definitie van werkgelegenheid en werkloosheid.
Het belangrijkste verschil met de nationale definitie is dat de internationale versie uitgaat van de één-uurgrens: iedereen die minstens één uur per week werkt of wil werken telt mee voor de beroepsbevolking. In de nationale definitie ligt deze grens op twaalf uur. De overgang naar de internationale definitie leidt er dus toe dat mensen in kleine baantjes in het jaarlijks gepubliceerde Centraal Economisch Plan voortaan meetellen in de beroepsbevolking. Het CPB zal nog geruime tijd een aantal arbeidsmarktcijfers volgens beide definities blijven publiceren.
Japan
De definitieve raming in dit Centraal Economisch Plan is begin maart afgerond. Dat betekent dat de meest recente ontwikkelingen in bijvoorbeeld Japan niet meer zijn meegenomen in de cijfers. Ook als dat wel had gekund, was het volgens het CPB waarschijnlijk erg moeilijk geweest om nu al in te schatten wat de gevolgen voor de Nederlandse economische ontwikkeling zijn. Via onzekerheidsvarianten zijn wel tentatieve inschattingen gemaakt van de gevolgen van een hogere olieprijs, een wereldwijde opleving van het consumenten- en producentenvertrouwen en een duurdere euro.
Bron: Centraal Economisch Plan 2011
